ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0203
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- M. J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening bij ambtshalve weigering verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling
Verzoekster, een Chinese alleenstaande minderjarige vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning. Deze aanvraag werd op 12 december 2001 door verweerder afgewezen, wat tot uitzetting zou leiden. Verzoekster stelde bezwaar en beroep in tegen deze beslissing en vroeg om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep voor zover het betrekking had op het ambtshalve geweigerde deel van de verblijfsvergunning en zond dit deel door naar verweerder voor behandeling als bezwaarschrift. De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 73, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 de werking van het besluit tot ambtshalve weigering wordt opgeschort zolang het bezwaar loopt.
Verweerder stelde dat de ambtshalve weigering niet onder de opschortende werking valt, maar de voorzieningenrechter verwierp dit standpunt op basis van de limitatieve opsomming in de wet en de memorie van toelichting. Hierdoor had verzoekster geen belang meer bij de voorlopige voorziening en werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op EUR 644,--, te voldoen aan de griffier.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de werking van het besluit tot ambtshalve weigering is opgeschort door het ingediende bezwaar.