ECLI:NL:RBSGR:2002:AD9861
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Syriër na overstap van AC-procedure naar reguliere procedure
Verzoeker, een Syriër, diende een asielaanvraag in die aanvankelijk in de AC-procedure werd behandeld, een versnelde procedure met een beslistermijn van 48 uur. Verweerder besloot echter op 22 januari 2002 de aanvraag niet langer binnen deze termijn af te handelen, maar over te gaan op de reguliere procedure volgens artikel 3.116 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Verzoeker betoogde dat deze overstap onrechtmatig was en dat de 48-uurstermijn was overschreden, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was deze procedure te verlaten, ook na het verstrijken van de termijn.
Inhoudelijk werd de asielaanvraag afgewezen omdat verzoeker onvoldoende bewijs leverde van zijn identiteit, nationaliteit en de gestelde vrees voor vervolging. Zijn verklaringen over betrokkenheid bij de Koerdische Yeketi-partij en mishandeling tijdens militaire dienst werden niet aannemelijk geacht. Ook werd vastgesteld dat verzoeker niet in een acute vluchtsituatie verkeerde, gezien zijn verblijf tot kort voor vertrek op adressen in Nederland.
De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende spoed betrachtte door binnen twee weken na de overstap een beslissing te nemen en dat verzoeker geen zienswijze had ingediend. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.