ECLI:NL:RBSGR:2002:AD9806
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- J.S.W. Holtrop
- Rechtspraak.nl
Minister van Justitie onrechtmatig in verlenen aanvullende uitlevering zonder inhoudelijke verklaring
In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat de Minister van Justitie de aanvullende toestemming voor uitlevering intrekt, omdat hem niet de mogelijkheid is geboden om inhoudelijk te reageren op de feiten waarvoor vervolging wordt gevraagd. De zaak betreft uitlevering aan Italië voor meerdere strafbare feiten, waarbij de Minister reeds eerder toestemming had verleend voor uitlevering en vervolging.
Eiser stelt dat op grond van artikel 14 lid 1 van Pro het Europees Uitleveringsverdrag (EUV) een verklaring van de uitgeleverde persoon over de feiten vereist is alvorens aanvullende toestemming kan worden verleend. De Minister heeft echter alleen gevraagd of eiser instemt met uitlevering, waarop deze heeft geweigerd, zonder inhoudelijke verklaring over de feiten.
De rechtbank stelt vast dat de Engelse authentieke tekst van het EUV vereist dat de uitgeleverde persoon de gelegenheid krijgt om een verklaring over de nieuwe feiten af te leggen. Omdat eiser deze mogelijkheid niet heeft gekregen en de verzoekende staat geen verklaring heeft overgelegd, is de beslissing tot aanvullende toestemming onrechtmatig.
De rechtbank beveelt de Minister de aanvullende toestemming van 11 juli 2001 in te trekken en veroordeelt de Minister in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De Minister van Justitie wordt bevolen de aanvullende toestemming voor uitlevering in te trekken wegens het ontbreken van een inhoudelijke verklaring van eiser.