ECLI:NL:RBSGR:2002:AD9536
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. Lely - van Goch
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige voortduring bewaring vreemdeling
De vreemdeling werd op 28 september 2001 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de bewaring op 26 november 2001 ongegrond. Verweerder diende de rechtbank uiterlijk vier weken na deze uitspraak te informeren over het voortduren van de bewaring, wat niet is gebeurd. Hierdoor werd de voortzetting van de bewaring vanaf 28 december 2001 onrechtmatig.
De bewaring werd op 14 januari 2002 opgeheven, waarna de vreemdeling schadevergoeding vorderde voor de periode van onrechtmatige bewaring (17 dagen). De rechtbank baseerde de hoogte van de schadevergoeding op de richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, zijnde € 68,07 per dag, en wees een totaalbedrag van € 1157,19 toe.
Verweerder verzocht om matiging van de schadevergoeding wegens vermeende medewerkingstekorten en een asielverzoek, maar de rechtbank oordeelde dat het systeem van periodieke rechterlijke toetsing een strikte waarborg is en dat geen bijzondere omstandigheden voor matiging aanwezig waren.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 322. De uitspraak is gedaan door rechter C. Lely - van Goch en is onherroepelijk.
Uitkomst: De rechtbank kent schadevergoeding toe van € 1157,19 wegens onrechtmatige voortzetting van de bewaring zonder matiging.