ECLI:NL:RBSGR:2002:AD9533
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Timmermans
- Oskam
- Wapenaar
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en voorwaardelijke gevangenisstraf wegens poging zware mishandeling en openlijke geweldpleging
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van meerdere geweldsdelicten. Tijdens de terechtzitting van 7 februari 2002 werd verdachte gehoord en bijgestaan door zijn raadsman. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het primair ten laste gelegde feit en een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor de subsidiaire en tweede tenlasteleggingen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit wegens onvoldoende bewijs. Wel achtte de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van poging tot zware mishandeling en openlijke geweldpleging. De feiten betreffen een gewelddadige groepsaanval op een onbekend slachtoffer, waarbij verdachte onder invloed van alcohol meerdere malen trapte en schopte.
De rechtbank nam psychologisch en reclasseringsrapporten in overweging, waarbij werd vastgesteld dat verdachte normaal toerekeningsvatbaar is maar een relatie bestaat tussen zijn alcoholgebruik en het gepleegde geweld. Gezien de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen en het recidivegevaar legde de rechtbank een gevangenisstraf van 10 maanden op, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden gericht op reclassering en behandeling van alcoholverslaving.
De voorlopige hechtenis werd gehandhaafd wegens herhalingsgevaar. De rechtbank voegde deze grond toe aan het bevel tot bewaring en bepaalde dat de tijd in voorlopige hechtenis geheel in mindering wordt gebracht op de onvoorwaardelijke straf. Hiermee werd een balans gezocht tussen strafrechtelijke repressie en resocialisatie.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf waarvan 5 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit.