ECLI:NL:RBSGR:2002:AD8910
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Vries
- Van der Veen
- Oskam
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot doodslag, zware mishandeling en bedreiging met misdrijf tegen het leven gericht
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 4 februari 2002 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging tot doodslag, poging tot zware mishandeling en bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. Het onderzoek vond plaats op 21 januari 2002, waarbij verdachte werd gehoord en bijgestaan door zijn raadsman.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in april en mei 2001 meerdere geweldsdelicten pleegde tegen zijn vriendin en haar toen 13-jarige dochter. Zo bedreigde hij zijn vriendin met een keukenmes en sloeg haar meerdere malen, wat leidde tot een hersenschudding. Tegen de dochter pleegde hij poging tot wurging, waarbij hij haar keel dichtkneep en dreigde haar te wurgen. De rechtbank stelde vast dat verdachte hierdoor hevige angst veroorzaakte en de thuissituatie onveilig maakte.
De verdediging voerde aan dat verklaringen van getuigen en het slachtoffer, afgelegd bij de politie, niet als bewijs mochten dienen vanwege onzorgvuldigheden en schending van het recht op een eerlijk proces. De rechtbank oordeelde dat deze verklaringen inderdaad niet als bewijs konden worden gebruikt, maar dat de verklaringen bij de rechter-commissaris wel bruikbaar waren. De schending was niet ernstig genoeg om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank hield rekening met het feit dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking was gekomen en dat hij inmiddels weer bij zijn vriendin woonde en werk had gevonden. Ook werd een rapport van een psycho-medisch centrum betrokken, waarin werd geadviseerd tot een voorwaardelijke straf met reclasseringscontact vanwege alcoholgebruik en agressieproblematiek.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 101 dagen gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden met een proeftijd van 2 jaar, inclusief verplicht reclasseringscontact en behandeling bij De Waag. Daarnaast sprak zij verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 101 dagen gevangenisstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden met reclasseringsvoorwaarden.