ECLI:NL:RBSGR:2002:AD8375
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- J.S.W. Holtrop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tegen uitlevering aan Frankrijk wegens drugshandel
Eiser, een Nederlandse onderdaan geboren in Marokko, wordt in Frankrijk verdacht van medeplegen van invoer van heroïne en cocaïne. Frankrijk verzocht om zijn uitlevering, welke door de Nederlandse autoriteiten werd toegestaan nadat garanties waren gegeven dat eiser na veroordeling naar Nederland kan terugkeren om zijn straf uit te zitten.
Eiser vorderde in kort geding dat uitlevering wordt verboden, onder meer vanwege risico op schending van artikel 3 EVRM Pro (verbod op foltering en onmenselijke behandeling), disproportionele straf en de wens om in Nederland vervolgd te worden. Ook stelde hij dat de terugleveringstermijn onredelijk lang is en dat hij inzage wilde in bilaterale documenten.
De rechtbank oordeelde dat de uitlevering in redelijkheid kon worden toegestaan. Er was onvoldoende bewijs voor een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro. De straf in Frankrijk is nog niet onherroepelijk en kan worden omgezet volgens Nederlandse maatstaven. De termijn voor teruglevering is gebaseerd op bilaterale afspraken en er is geen garantievereiste voor een termijn van twee maanden. Inzage in bilaterale stukken werd afgewezen als interne correspondentie.
De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot verbod op uitlevering aan Frankrijk wordt afgewezen; uitlevering is toegestaan onder gegeven garanties.