ECLI:NL:RBSGR:2001:ZA7043
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken voortgangsrapportage verwijdering
Op 21 maart 2001 werd de vreemdeling, van Marokkaanse nationaliteit, in bewaring gesteld in verband met een aanvraag om vluchtelingstatus en een uitzettingsbevel. De rechtbank verklaarde op 4 april 2001 het eerste beroep tegen de bewaring ongegrond. De gemachtigde reageerde op 8 mei 2001 met een verzoek tot opheffing van de bewaring en schadevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat de overheid op de sluitingsdatum van het vooronderzoek, 11 mei 2001, niet had voldaan aan de verplichting om informatie te verstrekken over de voortgang van de uitzetting, zoals voorgeschreven in de richtlijnen. Hierdoor kon de rechtbank niet beoordelen of de uitzetting nog voldoende perspectief had en of de overheid voortvarend handelde.
Daarom werd de bewaring opgeheven met ingang van 11 mei 2001. Het verzoek om schadevergoeding kon niet worden beoordeeld vanwege het ontbreken van informatie en het onderzoek werd heropend voor een nader te bepalen zitting. De rechtbank vond geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens het ontbreken van noodzakelijke voortgangsinformatie over de uitzetting.