ECLI:NL:RBSGR:2001:ZA6797
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating als vluchteling voor Hazara met dwangarbeid en vervolgingsgevaar in Afghanistan
Eiser, een Hazara afkomstig uit Afghanistan, verzocht om toelating als vluchteling vanwege vervolgingsgevaar door de Taliban. Hij werd gearresteerd, vastgehouden en gedwongen tot dwangarbeid vanwege zijn betrokkenheid bij de sjiitische Hezb-e Wahdat partij. De IND wees zijn aanvraag af en verleende slechts een verblijfsvergunning op humanitaire gronden.
De rechtbank oordeelde dat de situatie van de Hazara in Taliban-gebied kwetsbaar is en dat eiser persoonlijk een reëel risico loopt op vervolging en schending van artikel 3 EVRM Pro. De IND had onvoldoende gemotiveerd waarom eiser niet als vluchteling zou worden toegelaten, ondanks het advies van de Adviescommissie voor vreemdelingenzaken.
De rechtbank vernietigde de bestreden beschikking, verklaarde het beroep gegrond en beval de IND een nieuwe beslissing te nemen, met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot terugbetaling van het griffierecht en vergoeding van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bestreden beschikking vernietigd; verweerder moet een nieuwe beslissing nemen.