ECLI:NL:RBSGR:2001:AE0829
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning asiel aan Koerdische vluchteling na bomaanslag en bedreigingen in Noord-Irak
Eisers, Koerden uit Sulaymania, Noord-Irak, vroegen asiel aan vanwege politieke activiteiten voor de PUK en ernstige bedreigingen, waaronder een dodelijke bomaanslag op hun woning waarbij familieleden omkwamen. Verweerder weigerde verblijfsvergunningen op grond van onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar en het bestaan van een binnenlands alternatief.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft waarom eiser niet voor vervolging door de Islamitische Beweging (IMIK) zou vrezen, terwijl het ambtsbericht niet uitsluit dat de IMIK aanslagen pleegt buiten haar kerngebied. Ook is twijfel over de effectiviteit van bescherming door de PUK gegrond, gezien de fatale aanslag op de familie.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door Iraakse autoriteiten wordt vervolgd vanwege desertie, maar dat de dreiging van de IMIK reëel is. De bestreden besluiten missen een draagkrachtige motivering en worden vernietigd. Verweerder wordt opgedragen een nieuwe beschikking te nemen binnen veertien weken, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eisers.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en weigering verblijfsvergunning vernietigd wegens onvoldoende motivering en reële vervolgingsvrees.