ECLI:NL:RBSGR:2001:AE0825
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op vluchtelingenstatus en vergunning verblijf wegens klemmende redenen humanitair aard
Eiser, een Somalische Rahanweyn, verzocht om toelating als vluchteling en een vergunning tot verblijf vanwege klemmende redenen van humanitaire aard. Na afwijzing door verweerder en ongegrondverklaring van bezwaar, stelde eiser beroep in bij de rechtbank. Hij voerde aan dat terugkeer naar Somalië onveilig is en dat hij geen adequate opvang heeft, terwijl zijn broers wel een vergunning tot verblijf voor alleenstaande minderjarige asielzoekers (AMA) hadden gekregen.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan de criteria voor vluchtelingenstatus, mede gelet op jurisprudentie over vergelijkbare groepen uit Somalië. Er was geen bewijs van een op eiser gerichte negatieve behandeling die een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren. De rechtbank benadrukte dat het AMA-beleid en het beleid voor vergunningen tot verblijf vanwege klemmende humanitaire redenen (vvtv) gescheiden beoordelingstrajecten zijn, waarbij individuele feiten en omstandigheden doorslaggevend zijn.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder niet verplicht was om bij de beoordeling van de aanvraag voor een AMA-vergunning rekening te houden met het vvtv-beleid, dat categoriaal van aard is. Ook was er onvoldoende bewijs dat eiser geen opvangmogelijkheden had bij familie in Somalië. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt gehandhaafd.