ECLI:NL:RBSGR:2001:AE0236
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.P.M. Meskers
- H.J. Tijselink
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Toekenning vluchtelingenstatus aan lid Reer Hamar wegens persoonlijke vervolging
Eiser, afkomstig uit Mogadishu en lid van de bevolkingsgroep Reer Hamar, vluchtte in 1995 naar Kenia vanwege ernstige bedreigingen en aanvallen door leden van rivaliserende clans. Hij heeft meerdere traumatische gebeurtenissen meegemaakt, waaronder de dood van zijn dochter door verkrachting. Eiser verzocht om toelating als vluchteling in Nederland, maar zijn aanvraag werd afgewezen met het argument dat er een binnenlands vluchtalternatief zou zijn in het noorden van Somalië.
De rechtbank sluit zich aan bij een eerdere uitspraak van de Rechtseenheidskamer vreemdelingenzaken (REK) waarin werd bepaald dat een individueel lid van de Reer Hamar als vluchteling moet worden aangemerkt indien er ook in geringe mate sprake is van persoonlijke vervolging gerelateerd aan etnische afkomst. De rechtbank acht eiser voldoende aannemelijk dat hij persoonlijk doelwit is van vervolging door de twee sterkste clans in Mogadishu, waardoor het bestreden besluit een motiveringsgebrek vertoont.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder geen vluchtalternatief heeft tegengeworpen en dat het verblijf in Kenia geen verblijfsalternatief is. Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en wordt de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor de griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent persoonlijke vervolging en het ontbreken van een vluchtalternatief.