ECLI:NL:RBSGR:2001:AE0020
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens onredelijk laat ingediend bezwaar tegen niet tijdig beslissen verblijfsvergunning
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit, diende op 30 september 1996 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning om bij zijn partner te verblijven. De korpschef verzocht eiser tweemaal om aanvullende documenten, waarop geen reactie volgde. Op 23 november 1999 maakte eiser bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Dit bezwaar werd op 9 augustus 2000 niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijk late indiening.
Eiser stelde dat hij wel contact had gehad met de vreemdelingendienst en dat het bezwaar dus ontvankelijk had moeten worden verklaard, mede op grond van het driejarenbeleid dat langdurige onzekerheid over toelating zou moeten compenseren. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat hij de instructies had opgevolgd en dat het uitblijven van reactie op de verzoeken tot nadere stukken rechtvaardigde dat de korpschef aannam dat eiser geen belang meer hechtte aan een beslissing.
De rechtbank stelde vast dat het bezwaar meer dan drie jaar na de aanvraag was ingediend, wat onredelijk laat is volgens artikel 6:12, derde lid, Awb. Hierdoor kon het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard en was er geen aanleiding om het driejarenbeleid toe te passen. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig was en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar onredelijk laat is ingediend en de korpschef terecht mocht aannemen dat eiser geen belang meer hechtte aan een beslissing.