ECLI:NL:RBSGR:2001:AE0018
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van Tijdelijke regeling witte illegalen wegens onvoldoende bewijs onafgebroken verblijf
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van de Tijdelijke regeling witte illegalen. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie, wees dit verzoek af omdat eiser niet kon aantonen dat hij vanaf 1 januari 1992 tot 14 december 1995 onafgebroken in Nederland verbleef.
Eiser voerde aan dat hij dit wel had aangetoond met getuigenverklaringen en andere bewijsstukken, en dat verweerder ten onrechte geen gebruik had gemaakt van zijn inherente afwijkingsbevoegdheid. De rechtbank oordeelde dat de getuigenverklaringen onderling en met andere gegevens, zoals het uittreksel uit de Gemeentelijke Basisadministratie, niet consistent waren en onvoldoende bewijs boden voor het vereiste onafgebroken verblijf.
Daarnaast was verweerder bevoegd om af te zien van het horen van eiser en van de voorgestelde getuigen. De rechtbank vond dat het horen van de getuigen niet tot een andere beslissing zou leiden. De aanvraag voldeed niet aan de cumulatieve voorwaarden van het toepasselijke beleid, en het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onafgebroken verblijf.