ECLI:NL:RBSGR:2001:AD9810
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Algerijnse beroepsmilitair wegens onvoldoende geloofwaardigheid en risico
Verzoeker, een Algerijnse beroepsmilitair, diende een asielaanvraag in met het argument dat hij het leger wilde verlaten vanwege gewetensbezwaren en betrokkenheid bij dodelijke incidenten. Hij stelde dat hij sympathisant was van het Islamitisch Bevrijdingsfront en vreest vervolging wegens desertie. Verweerder wees de aanvraag af omdat verzoeker geen reis- of identiteitsdocumenten kon overleggen en zijn relaas op essentiële punten vaag en ongeloofwaardig was.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag terecht binnen het aanmeldcentrum (AC) was afgehandeld binnen de 48-uurprocedure, en dat nader onderzoek naar nog te overleggen documenten niet nodig was omdat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hij deze zou verkrijgen. De rechtbank vond dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij vluchteling was of dat hij een reëel risico liep op ernstige behandeling bij terugkeer, mede omdat zijn contract was verlopen en hij geen bewijs van desertie of opsporing had overlegd.
Verzoekers beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De rechtbank concludeerde dat de weigering van de verblijfsvergunning rechtmatig was en dat onmiddellijke uitzetting niet onrechtmatig was. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.