ECLI:NL:RBSGR:2001:AD9295
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid weigering verlenging verblijfsvergunning slachtoffer vrouwenhandel
Eiseres, een vrouw van Wit-Russische nationaliteit en slachtoffer van vrouwenhandel, diende in 1994 een aanvraag in voor een tijdelijke verblijfsvergunning (vtv) op grond van het beleid ter bestrijding van vrouwenhandel. Na definitieve beëindiging van het strafrechtelijk traject in 1995, werd de vtv niet verlengd. Verweerder weigerde verlenging met het argument dat het oorspronkelijke verblijfsdoel niet meer van toepassing was en verwees naar het driejarenbeleid.
De rechtbank oordeelde dat het driejarenbeleid, bedoeld om langdurige onzekerheid te voorkomen, niet zonder meer kon worden toegepast omdat verweerder al meer dan drie jaar wist dat het oorspronkelijke verblijfsdoel was vervallen. Verweerder had niet adequaat ingegaan op de specifieke omstandigheden, waaronder de poging van eiseres om een nieuwe aanvraag in te dienen op humanitaire gronden.
Verder was het besluit onvoldoende gemotiveerd, met name ten aanzien van het verlopen paspoort en de vraag of een uitzondering op het paspoortvereiste mogelijk was. Gelet op de integratie van eiseres en haar omstandigheden achtte de rechtbank het onjuist om de vtv te weigeren zonder nader onderzoek.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten. Er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot weigering van verlenging van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.