ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8311
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid en ontbrekende documenten
Eiser, een Russische staatsburger, vroeg op 12 november 2001 een verblijfsvergunning asiel aan. Verweerder wees de aanvraag op 15 november 2001 af wegens het ontbreken van noodzakelijke documenten en twijfel over de identiteit en afkomst van eiser. De rechtbank beoordeelde of eiser aannemelijk had gemaakt dat er omstandigheden waren die recht gaven op een verblijfsvergunning, maar oordeelde dat dit niet het geval was.
Eiser stelde Tsjetsjeense afkomst te hebben en een vluchtverhaal over ontvoering en moord op zijn vader, maar de rechtbank vond het asielrelaas onvoldoende aannemelijk en achtte het ontbreken van documenten toerekenbaar aan eiser. Ook het beroep op een sociaal isolement vanwege de Joodse afkomst van zijn moeder werd niet gegrond verklaard.
Daarnaast verklaarde de rechtbank zich onbevoegd ten aanzien van het deel van het beroepschrift dat betrekking had op de leeftijd en contra-expertise, omdat dit als bezwaarschrift moet worden behandeld. Het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard en verweerder mocht het besluit binnen de 48 proces-uren van de AC-procedure nemen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en ontbrekende documenten.