ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8307
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning vanwege ontbreken geldige machtiging voorlopig verblijf
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, heeft een aanvraag ingediend voor een vergunning tot verblijf met als doel verblijf bij haar Nederlandse echtgenoot. Haar aanvraag werd buiten behandeling gesteld omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiseres deed een beroep op de hardheidsclausule, maar de korpschef heeft geen overleg gepleegd met de regionale helpdesk van de IND, wat volgens eiseres een motiveringsgebrek oplevert.
De rechtbank oordeelt dat het vooroverleg met de IND vooral een interne procedure is en niet bedoeld is om de belangen van de vreemdeling te beschermen. Het achterwege laten van dit overleg leidt daarom niet tot vernietiging van het besluit. Eiseres voerde aan dat zij haar minderjarige kinderen niet naar Marokko kan meenemen voor de mvv-procedure, wat een inbreuk op het recht op familieleven zou zijn. De rechtbank stelt echter dat verblijf van het kind bij de vader in Nederland mogelijk is en dat de echtgenoot een deel van zijn vakantie in Marokko kan doorbrengen.
Verder is geen sprake van een medische situatie die verblijf in Marokko onmogelijk maakt. De rechtbank concludeert dat verweerder terecht de hardheidsclausule niet toepaste en dat het belang van de Nederlandse staat bij een restrictief toelatingsbeleid zwaarder weegt dan het belang van eiseres. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het buiten behandeling stellen van haar aanvraag verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.