ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8252
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek lid Reer Hamar wegens onvoldoende persoonlijke vluchtgronden
Verzoeker, een lid van de Reer Hamar uit Somalië, vordert een verblijfsvergunning asiel na afwijzing in de AC-procedure. Hij stelt dat hij en zijn familie slachtoffer zijn van clangeweld, met name door de Habr Gedir, en vreest herhaling van vervolging.
De rechtbank overweegt dat hoewel de Reer Hamar een kwetsbare groep is, verzoeker onvoldoende persoonlijke feiten en omstandigheden heeft aangetoond die een vrees voor vervolging rechtvaardigen. De dood van zijn ouders en zijn gedwongen deelname aan een militie zijn te lang geleden en niet gericht op zijn persoon.
Verder wordt het verblijfsalternatief in Noord-Somalië als redelijk veilig beoordeeld op basis van ambtsberichten. Verzoeker heeft ook geen traumatische gevolgen aannemelijk gemaakt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.