ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8243
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- G.W.S. de Groot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep asielaanvraag Reer Hamar lid wegens vestigingsalternatief in Noord-Somalië
Verzoeker, lid van de Reer Hamar clan uit Somalië, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen in de AC-procedure. Hij vreesde vervolging en onveiligheid in zijn land, mede vanwege eerdere incidenten en clanconflicten. De rechtbank heeft het beroep behandeld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld.
De rechtbank concludeert dat Somalië als geheel niet automatisch een vluchtelingenstatus rechtvaardigt en dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk vervolging vreest. De situatie in Noord-Somalië, met name Puntland, wordt als relatief veilig beschouwd, ondanks zorgen van Amnesty International over mensenrechtenschendingen en machtswisselingen. De rechtbank acht het vestigingsalternatief in Puntland voor verzoeker aannemelijk.
De rechtbank weegt ambtsberichten, brieven van Amnesty International, een telefoonnotitie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het beleid van de Staatssecretaris van Justitie mee. Gezien het ontbreken van recente berichten die het beeld veranderen en het geaccordeerde beleid van de Tweede Kamer, wordt het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.