ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7755
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid staandehouding en bewaring vreemdeling zonder geldig identiteitsbewijs
De vreemdeling werd staandegehouden nadat verbalisanten constateerden dat hij met zijn fiets de transponders van pollars manipuleerde, wat in strijd was met de verkeersmaatregel. De verbalisanten vroegen hem om legitimatie, wat volgens vaste jurisprudentie rechtmatig is. De vreemdeling kon geen paspoort tonen en uit een gesprek met de eigenaar van de pizzeria bleek dat hij illegaal in Nederland verbleef.
De rechtbank vond geen aanwijzingen voor discriminatoir optreden en oordeelde dat er voldoende feiten en omstandigheden waren die een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleverden, waardoor de staandehouding rechtmatig was. Vervolgens werd de vreemdeling in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000 vanwege het vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken.
De rechtbank stelde vast dat de vreemdeling niet in het bezit was van een geldig identiteitsbewijs, geen vaste woon- of verblijfplaats had en onvoldoende middelen van bestaan. Er was voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. Het beroep tegen de bewaring werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de staandehouding en bewaring van de vreemdeling.