ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7631
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.G. Schoots
- W.J. van Bennekom
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek dienstweigeraar uit Soedan wegens onvoldoende vluchtelingenbescherming
Eiser, een Soedanese man van de Dongola-stam, verzocht om toelating als vluchteling en subsidiair om een verblijfsvergunning vanwege humanitaire redenen. Hij weigerde militaire dienst in het volksdefensieleger vanwege bezwaren tegen inzet tegen zijn eigen volk en vreesde zware straffen bij terugkeer. De rechtbank oordeelde dat zijn weigering niet gebaseerd was op ernstige gewetensbezwaren en dat de strijd in Soedan niet door de internationale gemeenschap als onrechtmatig was veroordeeld.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet afkomstig was uit het Nuba-gebied en geen sterke banden had met de zuidelijke bevolking, waardoor zijn vrees voor inzet tegen eigen volk onvoldoende was. Ook was het risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro (foltering of onmenselijke behandeling) onvoldoende aannemelijk, mede gelet op ambtsberichten en Amnesty International-rapporten.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen vluchteling was als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag en dat er geen klemmende humanitaire redenen waren voor een verblijfsvergunning. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder mocht het beroep versneld behandelen zonder eiser te horen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de toelating als vluchteling en verblijfsvergunning worden geweigerd.