ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7616
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P. Nihot
- V.M.M. van Amstel
- H.A. Ahmadali
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring en intrekking verblijfsvergunning na drugshandelveroordelingen
Eiser, van Turkse nationaliteit, werd in 1979 toegelaten tot Nederland en verkreeg in 1985 een vergunning tot vestiging. Na een veroordeling in 1993 tot een gevangenisstraf van vijf jaar en zes maanden wegens drugshandel, en een tweede veroordeling in 1996 tot twee jaar gevangenisstraf, werd zijn vergunning ingetrokken en werd hij ongewenst verklaard. Eiser voerde aan dat hem door gratieverlening gerechtvaardigd vertrouwen was gewekt dat hij mocht blijven en dat intrekking van zijn verblijf een schending van zijn familie- en gezinsleven zou vormen.
De rechtbank oordeelde dat gratieverlening geen zelfstandige betekenis heeft bij het beleid omtrent ongewenstverklaring en dat de ernst van de veroordelingen en het recidivekarakter het belang van de vreemdeling bij verblijf overschaduwen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, mede omdat de periode tussen het horen van eiser en de beslissing niet leidde tot een rechtens te honoreren vertrouwen. Ook werd geoordeeld dat de inmenging in het familie- en gezinsleven gerechtvaardigd was op grond van artikel 8 EVRM Pro, gezien het algemeen belang en de ernst van de feiten.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht heeft besloten tot intrekking van de vergunning en ongewenstverklaring, ondanks de gezinssituatie en de handicap van een kind. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning en ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.