ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7568
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid bewaring en staandehouding vreemdeling zonder geldige verblijfsstatus
De vreemdeling, een Pakistaan zonder geldige verblijfsvergunning, werd op 22 juli 2001 staande gehouden en in bewaring gesteld wegens redelijk vermoeden van illegaal verblijf op een haventerrein. De rechtbank oordeelt dat de staandehouding en de daaropvolgende bewaring rechtmatig zijn toegepast, ondanks dat het proces-verbaal van staandehouding niet volledig was ingevuld.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Raad van State en benadrukt dat de aanhouding voorafgaand aan de staandehouding buiten haar beoordelingsbevoegdheid valt. Uit de feiten blijkt dat de vreemdeling zich op een locatie bevond waar illegale grensoverschrijding bekend is, en dat hij geen geldige verblijfstitel of identiteitsbewijs had.
De bewaring is gerechtvaardigd op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000, gezien het ernstige vermoeden dat de vreemdeling zich aan uitzetting zal onttrekken. De rechtbank ziet geen reden om de bewaring op te heffen en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring en staandehouding is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.