ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7535
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Ollermann
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting vreemdelingenbewaring zonder tijdige kennisgeving en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling, met Algerijnse nationaliteit, was onderworpen aan een maatregel van vreemdelingenbewaring die op 1 mei 2001 werd opgelegd. De rechtbank ontving op 13 september 2001 een beroepschrift tegen het voortduren van deze bewaring, met tevens een verzoek tot schadevergoeding.
De rechtbank overwoog dat de termijn voor een (vervolg)kennisgeving ex artikel 96 Vw Pro 2000 een essentiële waarborg is om onnodig voortduren van bewaring te voorkomen. Verweerder heeft deze kennisgeving niet tijdig gedaan, waardoor de bewaring vanaf 29 augustus 2001 onrechtmatig werd. Een administratieve omissie van verweerder leidde ertoe dat een tijdige beoordeling van de rechtmatigheid van voortzetting van de bewaring achterwege bleef.
Verweerder stelde dat schadevergoeding pas vanaf 13 september 2001 toekwam, de datum van het beroepschrift, en verzocht subsidiair om matiging van de schadevergoeding wegens vermeende medewerkingstekorten van de vreemdeling. De rechtbank verwierp deze stellingen en kende een schadevergoeding toe voor 26 dagen onrechtmatige bewaring à f 150,- per dag, totaal f 3.900,-.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van f 1.420,-, te betalen aan de griffier. De bewaring werd op 24 september 2001 opgeheven. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, oordeelt dat de bewaring vanaf 29 augustus 2001 onrechtmatig was en kent een schadevergoeding van f 3.900,- toe.