ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7169
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en opheffing maatregel vreemdelingenbewaring met afwijzing schadevergoeding
Verweerder legde op 25 juli 2001 aan eiser, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, een maatregel van vreemdelingenbewaring op ter waarborging van zijn uitzetting. De rechtbank werd op 27 juli 2001 geïnformeerd over het voortduren van de bewaring, wat gelijkgesteld werd met een beroep van eiser. De maatregel werd op 3 augustus 2001 opgeheven vanwege de effectuering van de uitzetting.
Eiser stelde dat hij in strijd met artikel 94 Vreemdelingenwet Pro 2000 niet ter zitting was gehoord en dat de bewaring onrechtmatig was, met een verzoek om schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat de maatregel rechtmatig was opgelegd omdat eiser zonder geldige verblijfsvergunning Nederland probeerde binnen te komen en geen vaste verblijfplaats had. De opheffing van de bewaring vóór de zitting was niet onrechtmatig omdat de uitzetting spoedig moest plaatsvinden.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en het verzoek om schadevergoeding af, met de opmerking dat eiser ook na opheffing nog de mogelijkheid heeft om de rechtmatigheid van de bewaring aan de rechtbank voor te leggen en eventueel schadevergoeding te vorderen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.