ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7168
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning machtiging voorlopig verblijf aan kind op grond van gemeenschapsrecht ondanks naturalisatie vader
De zaak betreft een verzoek om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor een kind van Marokkaanse nationaliteit, wiens vader (referent) in 1979 als Franse gemeenschapsonderdaan naar Nederland kwam en in 1996 genaturaliseerd werd tot Nederlander.
De Minister van Buitenlandse Zaken had de aanvraag afgewezen met het argument dat na naturalisatie van de vader het recht op verblijf op grond van het gemeenschapsrecht niet meer kon worden ingeroepen, omdat het kind niet bij de vader in Nederland had verbleven tijdens diens gebruik van gemeenschapsrechten.
De rechtbank oordeelt echter dat het kind, geboren in de periode dat de vader gebruik maakte van zijn gemeenschapsrechten, een verband houdt met het vrij verkeer van werknemers en daardoor recht heeft op verblijf op grond van artikel 10 van Pro Verordening 1612/68. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt zij de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met de verplichting tot een nieuw besluit in overeenstemming met het gemeenschapsrecht.