ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7108
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.A.F. Donders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag staatloze Palestijn uit Gaza in AC-procedure
Verzoeker, een staatloze Palestijn afkomstig uit Gaza, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen in de AC-procedure, bedoeld voor snelle afdoening van asielzaken zonder noodzaak tot uitgebreid onderzoek. Verzoeker stelde dat hij vervolgd zou worden door zowel Israëlische als Palestijnse autoriteiten vanwege vermeende banden met Hamas en activiteiten tijdens de intifadah.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zonder nader onderzoek de aanvraag terecht kon afwijzen, omdat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een reëel gevaar voor vervolging of schending van artikel 3 EVRM Pro bestond. De rechtbank nam daarbij mee dat verzoeker na zijn terugkeer in juli 2000 geen problemen meer ondervond van de Israëlische autoriteiten en niet daadwerkelijk was opgepakt door Palestijnse autoriteiten.
Ook werd geoordeeld dat de situatie in Gaza niet zodanig was gewijzigd dat de beschikbare bronnen onvoldoende waren om de aanvraag te beoordelen. Verzoekers beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.