ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7073
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid stichting voor foutieve herbegraving en schadevergoeding
Eisers hadden een familiegraf gekocht om hun vader, moeder en grootmoeder gezamenlijk te begraven. Na het overlijden van hun moeder gaf de stichting opdracht tot het opgraven en herbegraven van de stoffelijke resten van vader en grootmoeder. Bij de overdracht bleek dat de stoffelijke resten niet van vader waren, wat leidde tot een diepgaand onderzoek en excuses van de stichting.
DNA-onderzoek bevestigde dat de resten niet van vader waren. Eisers vorderden vergoeding van kosten voor grafonderhoud, heropgraving, immateriële schade en buitengerechtelijke kosten. De stichting betwistte aansprakelijkheid en stelde dat zij geen onzorgvuldig handelen had gepleegd.
De rechtbank oordeelde dat de stichting tekort was geschoten in haar verplichtingen, dat de primaire vordering tot herbegraving niet meer mogelijk was, en kende een schadevergoeding toe van ƒ 850,- voor grafkosten, ƒ 500,- voor heropgraving, ƒ 7.500,- immateriële schade en ƒ 1.720,- voor buitengerechtelijke kosten. De bestuurders werden niet hoofdelijk aansprakelijk gehouden.
Uitkomst: De stichting is veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en kosten wegens het niet correct uitvoeren van de herbegraving.