ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7071
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor verlenging visum Molukse vreemdeling
Verzoeker, van Molukse afkomst, vroeg om verlenging van zijn toeristenvisum in Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken had in maart 2000 verklaard dat Molukkers met een toeristenvisum in Nederland in aanmerking kunnen komen voor verlenging tot zes maanden. Verweerder stelde dat deze praktijk was beëindigd met de invoering van TBV 2000/20, een tijdelijke regeling voor Molukkers die hun verblijf willen voortzetten met een verblijfsvergunning.
Verzoeker betwistte dat de praktijk was beëindigd en beriep zich op de soepelheid die uit de kamerantwoorden blijkt. De rechtbank oordeelde dat het TBV 2000/20 de eerdere praktijk niet heeft achterhaald en dat er geen bewijs is dat de praktijk is beëindigd. Er zijn ook stukken die suggereren dat de praktijk na het TBV 2000/20 is voortgezet.
Gezien deze omstandigheden en het spoedeisende belang van verzoeker, besloot de rechtbank de voorlopige voorziening toe te wijzen. Verweerder werd verboden verzoeker uit Nederland te verwijderen zolang niet op het bezwaar tegen het visumbesluit was beslist. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van verzoeker toegewezen.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van het uitzettingsbesluit wordt toegewezen en verwijdering van verzoeker wordt verboden totdat op bezwaar is beslist.