ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7052
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel wegens onrechtmatige toegang weigering aan Libanese vreemdeling
Eiser, een Libanese vreemdeling, werd op 14 augustus 2001 op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd op grond van artikel 3 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en werd tegelijkertijd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6 van Pro dezelfde wet. Eiser stelde dat hij sinds 20 juli 2001 legaal in Nederland verbleef met een toeristenvisum en dat hij Nederland niet had verlaten toen hem de toegang werd geweigerd.
Verweerder stelde dat de toepassing van artikel 3 Vw Pro 2000 niet ter beoordeling stond in deze procedure, omdat daarvoor een aparte rechtsgang bestaat. De rechtbank besloot echter marginaal toetsend de toepassing van artikel 3 Vw Pro 2000 mee te nemen in haar oordeel, omdat deze bevoegdheid ten grondslag ligt aan de vrijheidsontnemende maatregel.
Uit het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee bleek dat eiser asiel had aangevraagd bij aankomst op Schiphol, maar de omstandigheden rondom zijn verblijf en visum waren onduidelijk. De rechtbank ging ervan uit dat eiser sinds 20 juli 2001 in Nederland verbleef en het land niet had verlaten. Daarom kon de toegang niet op grond van artikel 3 Vw Pro 2000 worden geweigerd.
De rechtbank oordeelde dat de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw Pro 2000 in redelijkheid niet gerechtvaardigd was en verklaarde het beroep gegrond. De bewaring werd opgeheven met ingang van 27 augustus 2001 en eiser werd een schadevergoeding toegekend van in totaal 1.600 gulden. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven en eiser kreeg een schadevergoeding toegekend.