ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6979
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- H.F.J.M. Schröder
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bij herhaalde asielaanvraag wegens bijzondere gezinsomstandigheden
Verzoekers, afkomstig uit de Federatieve Republiek Joegoslavië, hebben herhaaldelijk asiel aangevraagd in Nederland. De eerste aanvragen zijn onherroepelijk afgewezen als niet-ontvankelijk, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublinakkoord. Verzoekers beroepen zich op artikel 3, vierde lid, van de Overeenkomst van Dublin (OvD) en het beleid van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) om Nederland alsnog de behandeling op zich te laten nemen vanwege bijzondere omstandigheden.
De rechtbank beoordeelt dat de psychische problemen van verzoekers, deels veroorzaakt door het verlies van gezinsleden tijdens de vlucht, en de verlatingsangst van de kinderen, zodanig ernstig zijn dat strikte toepassing van het beleid tot een onredelijke situatie zou leiden. Ook wordt getwijfeld aan de adequaatheid van medische zorg in Oostenrijk gezien de aard van de problematiek.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten de uitzetting niet op te schorten en wijst het verzoek tot voorlopige voorziening toe. Verweerder wordt gelast de uitzetting achterwege te laten tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en gelast de uitzetting van verzoekers achterwege te laten tot vier weken na de beslissing op bezwaar.