ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6914
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.E. van den Steenhoven-Drion
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling op grond van openbare orde en uitzettingsbelang
De vreemdeling, geboren in 1972 te Freetown en verblijvend in het Huis van Bewaring te Zwolle, werd op 21 november 2000 in bewaring gesteld op grond van artikel 26 van Pro de Vreemdelingenwet vanwege een gelaste uitzetting en het belang van de openbare orde.
De bewaring volgde op een huiszoeking in verband met een gerechtelijk vooronderzoek naar mensensmokkel, waarbij de vreemdeling werd aangetroffen en haar identiteit en verblijfsrechtelijke titel niet kon aantonen. De rechtbank oordeelt dat de procedure en tenuitvoerlegging van de bewaring wettelijk correct zijn verlopen en dat geen onrechtmatigheden zijn vastgesteld.
De rechtbank stelt vast dat de gronden voor bewaring nog steeds bestaan, mede omdat de vreemdeling illegaal in Nederland verblijft, geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en het risico bestaat dat zij zich aan de uitzetting zal onttrekken indien zij in vrijheid wordt gesteld.
Het onderzoek naar de juiste identiteit van de vreemdeling verloopt voortvarend en er is zicht op uitzetting. De rechtbank concludeert dat de bewaring niet in strijd is met de Vreemdelingenwet en niet onredelijk is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.