ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6896
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opvangverzoek asielzoeker bij herhaalde aanvraag en terugkeer naar land van herkomst
Verzoeker, een Iraanse asielzoeker, diende een herhaalde asielaanvraag in na terugkeer naar Iran en stelde recht te hebben op opvang. Verweerder, het COA, wees de opvangaanvraag af op grond van het beleid dat opvang bij een tweede aanvraag niet automatisch wordt verleend, tenzij voldaan is aan specifieke voorwaarden zoals vastgelegd in TBV 2001/24.
De rechtbank beoordeelde dat het beleid van verweerder niet kennelijk onredelijk is, maar dat de strikte toepassing ervan tot onredelijke situaties kan leiden. Verweerder is gehouden om zo spoedig mogelijk te beslissen en kan niet volstaan met afwijzing enkel omdat het IND-advies nog ontbreekt. In afwachting van het advies moet verweerder afwegen of tijdelijke opvang geboden moet worden.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd ontvankelijk verklaard, maar het beroep tegen het uitblijven van een beslissing werd niet-ontvankelijk omdat verweerder alsnog een besluit had genomen. Het beroep tegen de afwijzing van 5 september 2001 werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De voorlopige voorziening om onmiddellijke opvang te verkrijgen werd afgewezen.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan verzoeker. De rechtbank benadrukte dat de beslissing niet met de vereiste zorgvuldigheid was genomen en dat het COA binnen korte termijn een nieuw besluit moet nemen, waarbij verzoeker mogelijk tijdelijk opvang wordt geboden in afwachting van het IND-advies.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvangaanvraag wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; verweerder dient een nieuw besluit te nemen en verzoeker kan mogelijk tijdelijk opvang krijgen.