ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6890
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken machtiging voorlopig verblijf
Verzoeker, een Marokkaanse nationaliteit, diende vóór 1 april 2000 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning arbeid als imam. De aanvraag werd afgewezen omdat verzoeker niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), een dwingend wettelijk vereiste volgens de Vreemdelingenwet 2000.
Verzoeker stelde dat hem was toegezegd dat het mvv-vereiste niet tegen hem zou worden gebruikt en dat hij onder vrijstellingscategorieën viel. De rechtbank oordeelde dat deze toezegging niet ondubbelzinnig en ongeclausuleerd was gedaan en dat verzoeker niet viel onder de vrijstellingscategorieën. Ook werd geoordeeld dat de discretionaire bevoegdheid om af te zien van het mvv-vereiste terecht niet was toegepast.
Verder werd vastgesteld dat verzoeker ten onrechte was uitgezet terwijl hij de behandeling van zijn voorlopige voorziening in Nederland had mogen afwachten. Desondanks bood dit geen grond voor terugkeer omdat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had. De rechtbank wees het verzoek om voorlopige voorziening en het bezwaar af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
Uitkomst: De aanvraag verblijfsvergunning werd afgewezen wegens ontbreken van een mvv en het bezwaar en verzoek om voorlopige voorziening werden afgewezen.