ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6887
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor terugkeervisum in bijzondere omstandigheden
Verzoeker, afkomstig uit Centraal-Irak, had een aanvraag ingediend voor verlenging van een voorwaardelijke verblijfsvergunning en een terugkeervisum om deel te nemen aan een door de Europese Commissie gesubsidieerde schooluitwisseling naar Denemarken. De aanvraag voor het terugkeervisum werd door de Minister van Buitenlandse Zaken geweigerd op grond van het ontbreken van een dringende reden en een geldig grensoverschrijdingsdocument.
De president van de rechtbank oordeelde dat hoewel het uitwisselingsprogramma geen dringende reden vormde zoals bedoeld in de beleidsregels, er sprake was van bijzondere feiten en omstandigheden die een afwijking van deze beleidsregels rechtvaardigden. De minister had reeds een laissez-passer toegekend, maar weigerde het terugkeervisum, wat tegenstrijdig was gezien de eenheid van het bestuursorgaan.
Verder werd meegewogen dat verzoeker al geruime tijd in afwachting was van een beslissing op bezwaar tegen het niet verlengen van zijn verblijfsvergunning en dat de weigering niet werd gerechtvaardigd door een algemeen of concreet belang. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en werd bepaald dat verzoeker gedurende de bezwaar- en beroepsprocedure als houder van het terugkeervisum moest worden behandeld. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoeker wordt gedurende bezwaar- en beroepsprocedure behandeld als houder van het terugkeervisum.