ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6830
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens ononderbroken verblijf niet correct toegepast
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, verzocht om verlenging van een verblijfsvergunning op grond van het witte-illegalenbeleid (TBV 1999/23). Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet zou voldoen aan de voorwaarde van ononderbroken verblijf vanaf 1 januari 1992 tot 24 februari 1992.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte de periode van minder dan drie maanden aan het begin van de referteperiode tegen eiser heeft gebruikt. Het beleid zoals toegepast door verweerder is niet in lijn met de ratio en toelichting van TBV 1999/23, die een beschermende uitleg van de voorwaarde vereist. Uit inschrijvingen in de Gemeentelijke Basisadministratie en werkgegevens blijkt dat eiser vóór de onderbreking in Nederland verbleef.
De rechtbank constateert een motiveringsgebrek in het bestreden besluit en beveelt verweerder aan zich opnieuw te beraden. Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht aan eiser wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.