ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6825
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- E.H.M. Dmijf
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting Georgische asielzoeker wegens onvoldoende bewijs vervolgingsgevaar
Verzoeker, een etnische Georgiër afkomstig uit Abchazië en behorend tot de Svan bevolkingsgroep, heeft asiel aangevraagd nadat hij langdurig als krijgsgevangene was vastgehouden en als slaaf werd behandeld. Verweerder heeft zijn aanvraag afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid en geweigerd hem een verblijfsvergunning te verlenen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De president van de rechtbank oordeelt dat het asielrelaas van verzoeker niet aanstonds ongeloofwaardig of onaannemelijk is en dat er geen voldoende bewijs is dat verzoeker persoonlijk vervolging te vrezen heeft. Ambtsberichten en werkinstructies geven aan dat etnische Georgiërs uit Abchazië zich elders in Georgië kunnen vestigen, en verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij geen vestigingsalternatief heeft.
Ook de weigering op grond van het traumatabeleid wordt onvoldoende gemotiveerd geacht, omdat de twijfel over het relaas niet zonder meer betekent dat traumatische ervaringen niet aannemelijk zijn. De president wijst het verzoek tot voorlopige voorziening toe, verbiedt uitzetting tot vier weken na bekendmaking van het besluit op bezwaar en veroordeelt verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.