ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6820
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel na beoordeling discriminatie en bedreiging in Guinee
Eiser, een Guinese nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Hij stelde dat hij in Guinee ernstig werd gediscrimineerd en bedreigd door een medicijnman die hem wilde offeren vanwege zijn gemengde afkomst. De aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie afgewezen omdat eiser geen reis- of identiteitspapieren kon overleggen en onvoldoende bewijs leverde voor zijn vrees.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen rechten kon ontlenen aan artikel 6 EVRM Pro omdat de procedure geen betrekking had op burgerlijke rechten of strafvervolging. Hoewel eiser in beginsel het recht heeft om persoonlijk bij de zitting aanwezig te zijn, was dat hier niet onvoorwaardelijk en werd het verzoek om een transportorder afgewezen. De rechtbank vond dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunt via zijn advocaat toe te lichten.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij als vluchteling moest worden erkend, dat er geen reëel risico was op foltering of onmenselijke behandeling, en dat er geen klemmende humanitaire redenen waren voor verblijf. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanvraag binnen de wettelijke termijn afgehandeld.
Uitkomst: Het beroep op de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.