ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6808
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring bewaring vreemdeling na categoriewijziging en afwijzing asielaanvraag
Een Eritrese vreemdeling werd op 6 juli 2001 staande gehouden en in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Na afwijzing van haar asielaanvraag op 8 augustus 2001 vond op 16 augustus 2001 een categoriewijziging plaats, waarna de bewaring werd voortgezet op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw 2000.
De vreemdelinge stelde dat de categoriewijziging niet tijdig had plaatsgevonden en dat zij niet tijdig was geïnformeerd over haar rechten, waaronder het recht op bijstand. De rechtbank oordeelde dat de categoriewijziging binnen de wettelijk gestelde termijn had plaatsgevonden en dat er geen sprake was van schending van de informatieplicht of van het recht op bijstand. Tevens bleek uit het dossier dat de bewaring niet langer dan tien dagen in een politiecel had plaatsgevonden.
De rechtbank concludeerde dat de voortduring van de bewaring niet in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000 en dat de belangen van de vreemdelinge niet waren geschaad. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen voortduring van de bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.