ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6779
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit onthouding verblijfsvergunning asiel wegens kort verblijf in derde land
Eiseressen, moeder en dochter met de Afghaanse nationaliteit, vroegen asiel aan in Nederland nadat zij Afghanistan hadden verlaten vanwege bedreigingen en dwang tot bekering tot de Islam. Verweerder weigerde hen een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 31 lid 2 onder Pro j van de Vreemdelingenwet 2000, omdat zij vier dagen in Pakistan verbleven, wat volgens verweerder een verblijfsalternatief bood.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd hoe het korte verblijf in Pakistan als verblijfsalternatief kan gelden, mede omdat de situatie in Afghanistan en Pakistan na 11 september 2001 ingrijpend is gewijzigd en verweerder niet heeft onderzocht of terugkeer naar Pakistan nog mogelijk is. De rechtbank stelt dat de duur van het verblijf in het derde land wel degelijk een relevante factor is, zoals ook in beleidsregels is opgenomen.
Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseressen. De rechtbank laat in het midden of verweerder op andere gronden tot weigering had kunnen besluiten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot weigering van verblijfsvergunning wordt vernietigd.