ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6754
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen bewaring vreemdeling wegens vals paspoort en illegaal verblijf
De vreemdeling, met de Nigeriaanse nationaliteit, werd in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 wegens het aanbieden van een vervalst paspoort bij de uitreiscontrole op Schiphol, wat een strafbaar feit vormt. De rechtbank oordeelde dat de vreemdeling daardoor geen rechtmatig verblijf binnen de vrije termijn had en dat de bewaring rechtmatig was opgelegd.
De vreemdeling voerde aan dat hij binnen de vrije termijn verbleef en dat het strafrechtelijk traject eerst afgerond moest worden voordat hij in het kader van de bewaring gehoord kon worden. De rechtbank verwierp deze stellingen, stellende dat het gehoor in het kader van de bewaring rechtmatig en tijdig heeft plaatsgevonden, ook al was het strafrechtelijk traject nog niet afgerond.
Verder stelde de rechtbank vast dat de vreemdeling zich aan het vreemdelingentoezicht had onttrokken en er een ernstig vermoeden bestond dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken. De maatregel van bewaring werd daarom gerechtvaardigd geacht. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.