ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6730
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond verklaard tegen afwijzing asielaanvraag en vrijheidsontnemende maatregel
Verzoekster, een Chinese nationaliteit behorende tot de Han-bevolkingsgroep en beoefenaar van het Boeddhisme, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen in de AC-procedure. De rechtbank oordeelt dat de AC-procedure onvoldoende zorgvuldigheid bood, omdat essentiële punten van het asielrelaas onvoldoende waren uitgewerkt en de onderzoeksplicht van de Immigratie- en Naturalisatiedienst niet voldoende was nagekomen.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster activiteiten verrichtte voor de Falun Gong, een verboden spirituele beweging in China, en dat zij door de Chinese autoriteiten wordt vervolgd. De rechtbank oordeelt dat de situatie in China niet zodanig is dat asielzoekers uit dat land automatisch vluchteling zijn, maar dat verzoekster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij persoonlijk vervolging vreest.
Verder verklaart de rechtbank het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel gegrond, omdat de grond voor voortzetting van deze maatregel na 28 februari 2001 is komen te ontbreken. Verzoekster krijgt een schadevergoeding toegekend voor de periode dat zij onrechtmatig werd vastgehouden.
De rechtbank veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten en griffierechten en beveelt een nieuwe beschikking op de asielaanvraag. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en de vrijheidsontnemende maatregel wordt gegrond verklaard met toekenning van schadevergoeding.