ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6707
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning staatloze Palestijn wegens niet voldoen aan voorwaarden TBV 2000/29
Verzoeker, een staatloze Palestijn van Libanese afkomst, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Hij werd afgewezen in de AC-procedure omdat niet was aangetoond dat hij niet vrijwillig Nederland kon verlaten en niet voldeed aan de voorwaarden van het TBV 2000/29 beleid voor staatlozen.
Verzoeker stelde dat hij weliswaar nog niet aan alle voorwaarden voldeed, maar dat ook niet was aangetoond dat hij daaraan niet kon voldoen. De rechtbank oordeelde dat het aan verzoeker is om aan te tonen dat hij aan de voorwaarden voldoet, waaronder het overleggen van een verklaring van het land van eerdere verblijfplaats dat hij geen toegang krijgt.
De rechtbank nam mee dat verzoeker een UNWRA-document bezit en dat Libanese autoriteiten regelmatig laissez-passers verstrekken aan Palestijnen met dergelijke documenten. Ook bleek uit het feitenrelaas dat verzoeker sinds 1999 geen bijzondere negatieve aandacht van de Abu Muhdjen beweging meer had.
Op grond hiervan werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak werd gedaan door de fungerend president van de rechtbank 's-Gravenhage op 14 juni 2001.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat verzoeker niet aantoonde aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning te voldoen.