ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6619
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Th.C.M. Hendriks-Jansen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voorlopige voorziening verblijfsvergunning alleenstaande vrouw uit Somalië
Verzoekster, afkomstig uit de Sheikhal-stam in Somalië, vroeg een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen zolang bezwaar tegen haar afwijzing als vluchteling in behandeling was. Zij stelde dat zij als alleenstaande vrouw onvoldoende bescherming zou genieten bij terugkeer naar Somalië. De rechtbank overwoog dat de algehele situatie in Somalië niet automatisch leidt tot vluchtelingenstatus voor leden van de Sheikhal en dat verzoekster geen concreet gevaar voor vervolging aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank verwees naar ambtsberichten waaruit blijkt dat alleenstaande vrouwen bescherming kunnen krijgen van hun clan en dat de Sheikhal verspreid wonen in relatief veilige gebieden binnen Somalië. Ook werd overwogen dat de situatie in Ethiopië, waar verzoekster mishandeld werd, niet relevant is voor vluchtelingenstatus omdat het niet haar land van herkomst betreft.
Op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en het Vluchtelingenverdrag concludeerde de rechtbank dat er geen redelijke twijfel bestaat over het ontbreken van gevaar voor vervolging. Ook zijn er geen klemmende humanitaire redenen of bijzondere hardheid die verblijf rechtvaardigen. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen sprake is van vluchtelingenstatus of klemmende humanitaire redenen.