ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6501

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
15 oktober 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 01/49587
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vw 2000Art. 85 Vw 2000Art. 94 Vw 2000Art. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-geëffectueerde voorlopige maatregel van bewaring vreemdeling

Eiser, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf en voorlopig gehecht op verdenking van diefstal, werd op 23 augustus 2001 in voorlopige bewaring gesteld met het oog op uitzetting. De maatregel had een geldigheidsduur van 28 dagen en is geëindigd voordat eiser op 28 september 2001 beroep instelde.

Eiser stelde dat een voorlopige maatregel van bewaring als een niet-voorlopige maatregel moet worden behandeld en dat de bewaring daarom opgeheven moest worden vanwege het verzuim van verweerder om tijdig kennis te geven. Verweerder betoogde dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het procesbelang ontbrak, aangezien de maatregel niet is geëffectueerd en de termijn verstreken was.

De rechtbank overwoog dat het belang van toetsing van de rechtmatigheid van een maatregel van bewaring kan liggen in het vaststellen of de maatregel rechtmatig was, met het oog op mogelijke schadevergoeding voor onrechtmatige detentie. Dit belang ontbreekt echter indien de maatregel niet is geëffectueerd, omdat dan geen detentie heeft plaatsgevonden. Aangezien eiser ook geen schadevergoeding had gevorderd, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

De uitspraak werd gedaan op 15 oktober 2001 door mr. J.F.M.J. Bouwman en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het beroep tegen de voorlopige maatregel van bewaring wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de maatregel was geëindigd voordat het beroep werd ingesteld en niet is geëffectueerd.

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 's-GRAVENHAGE
Zittingsplaats Zwolle
Vreemdelingenkamer
regnr.: Awb 01/49587
UITSPRAAK
op het beroep tegen de bewaring op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000 (Vw 2000), toegepast ten aanzien van de vreemdeling genaamd althans zich noemende:
A,
geboren op [...] 1975 te B,
nationaliteit Algerijnse,
thans verblijvende in het Huis van Bewaring te Rotterdam,
raadsman mr G.A. Dorsman,
eiser,
tegen
de Staatssecretaris van Justitie,
vertegenwoordigd door mr. S. van Beek,
ambtenaar bij de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND),
verweerder.
Procesverloop
Op 23 augustus 2001 is eiser, die geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft en op dat moment voorlopig gehecht was op verdenking van (gekwalificeerde) diefstal, met het oog op de uitzetting in voorlopige bewaring gesteld omdat het belang van de openbare orde de voorlopige inbewaringstelling vordert (artikel 59, eerste lid aanhef en onder a, Vw 2000).
Eiser heeft op 28 september 2001 tegen de voorlopige maatregel van bewaring beroep ingesteld.
Het beroep is behandeld ter zitting van 11 oktober 2001. Eiser en zijn raadsman zijn niet verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.
Standpunten
Eiser heeft de rechtbank verzocht het beroep gegrond te verklaren en de opheffing van de bewaring te bevelen.
Eiser heeft daartoe aangevoerd dat een voorlopige maatregel van bewaring moet worden behandeld en beoordeeld als een niet-voorlopige maatregel. Op 23 augustus 2001 is tegen eiser een voorlopige maatregel van bewaring uitgevaardigd. Verweerder heeft verzuimd binnen de bij artikel 94, eerste lid, Vw 2000 voorgeschreven termijn daarvan kennis te geven. De voorlopige maatregel dient daarom te worden opgeheven.
Verweerder heeft de rechtbank verzocht het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
Verweerder heeft daartoe aangevoerd dat eiser geen procesbelang (meer) heeft bij een rechterlijke toetsing, nu de maatregel nooit is ge‰ffectueerd, en de termijn waarbinnen dat had kunnen gebeuren inmiddels is verstreken.
Overwegingen
De voorlopige maatregel van bewaring is -door ommekomst van de geldigheidsduur van 28 dagen- geëindigd voordat eiser daartegen beroep heeft ingesteld.
Het belang van een vreemdeling bij toetsing van de rechtmatigheid van een maatregel van bewaring nadat die maatregel is uitgewerkt kan zijn gelegen in de vaststelling of die maatregel rechtmatig was. Immers, bij ontkennende beantwoording van die vraag zou de vreemdeling wellicht aanspraak kunnen maken op toekenning van schadevergoeding voor de tijd die ten onrechte in detentie is doorgebracht.
Dat belang is niet aanwezig als het gaat om een voorlopige maatregel van bewaring die niet is geëffectueerd. Immers, ook indien zou worden geoordeeld dat de maatregel onrechtmatig was kan dat niet tot vergoeding van schade leiden, omdat de vreemdeling nimmer op grond van die onrechtmatige maatregel is gedetineerd.
Nog daargelaten dat eiser niet om schadevergoeding heeft verzocht, moet het beroep daarom niet ontvankelijk worden verklaard.
Beslissing
De rechtbank
- verklaart het beroep niet ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.M.J. Bouwman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van R. van Keulen als griffier op 15 oktober 2001
Partijen kunnen tegen deze uitspraak binnen een week na verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder vermelding van "Hoger beroep vreemdelingenzaken", postbus 16113, 2500 BC 's Gravenhage.
Artikel 85 Vw Pro 2000 bepaalt dat het beroepschrift een of meer grieven tegen de uitspraak bevat. Artikel 6:6 Algemene Pro wet bestuursrecht (herstel verzuim) is niet van toepassing.
Afschrift verzonden: 15 oktober 2001