ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6328
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen en handelen in strijd met de Opiumwet
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 28 november 2001 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere feiten in strijd met de Opiumwet. De verdachte was niet verschenen, maar werd vertegenwoordigd door zijn raadsman. Na onderzoek en behandeling van de zaak sprak de rechtbank verdachte vrij van de eerste twee feiten wegens onvoldoende bewijs, maar achtte hem wel schuldig aan de derde en vierde feiten, die medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet betroffen.
De bewezenverklaring betrof het kopen en in omloop brengen van grote hoeveelheden XTC-pillen en een mengsel van hennephars en hashish. De rechtbank oordeelde dat deze stoffen schadelijk zijn voor de volksgezondheid en verband houden met criminaliteit en overlast. De verdediging voerde onder meer aan dat de telastlegging niet voldoende feitelijk was, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
De strafmaat werd vastgesteld op 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht, werd in mindering gebracht. De rechtbank wees tevens de nietigheid van de dagvaarding af en verwierp andere procesverweren. Het vonnis werd uitgesproken door drie rechters, waarbij één rechter niet kon ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor medeplegen en handelen in strijd met de Opiumwet.