ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6315
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tweede aanvraag verblijfsvergunning als vluchteling wegens ontbreken nieuwe omstandigheden
Eisers, Iraakse vreemdelingen, dienden een tweede aanvraag in voor een verblijfsvergunning als vluchteling na eerdere afwijzingen en intrekking van een voorwaardelijke vergunning. De rechtbank beoordeelde of na het besluit van 30 september 1998 nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die een heroverweging van de eerdere afwijzing rechtvaardigen.
De rechtbank stelde vast dat de door eisers aangevoerde documenten, waaronder een brief van een familielid over arrestatie, medische verklaringen en borgstellingsverklaringen, onvoldoende objectief bewijs bevatten en geen causaal verband met eisers aantoonden. De medische situatie van de zoon viel buiten de reikwijdte van de procedure en vereiste een aparte aanvraag.
Eisers voerden ter zitting aan dat de 48-uurstermijn voor afdoening in de AC-procedure was overschreden, maar dit werd als te laat ingebracht en niet ontvankelijk verklaard. De rechtbank concludeerde dat de bestreden besluiten zorgvuldig waren genomen en dat geen gegronde redenen bestonden om aan te nemen dat eisers bij terugkeer een reëel risico liepen op ernstige schendingen van mensenrechten.
Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en wees zij de aanvragen af.
Uitkomst: De rechtbank wees het beroep van eisers af en bevestigde de afwijzing van hun tweede aanvraag verblijfsvergunning als vluchteling.