ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6302
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering medische noodsituatie
Eiser, een Israëlische vreemdeling die sinds 1996 in Nederland verblijft, vroeg een vergunning tot verblijf aan op grond van arbeid en humanitaire redenen. Verweerder wees dit verzoek af, waarna eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank overwoog dat hoewel het medische voorzieningenaanbod in Israël en Nederland in abstracto vergelijkbaar is, verweerder onvoldoende heeft onderbouwd waarom een acute medische noodsituatie bij terugkeer niet zal intreden. De medisch adviseur had aangegeven dat uitblijven van behandeling kan leiden tot een acute noodsituatie. Tevens stond het standpunt van verweerder dat eiser medisch in staat zou zijn te reizen op gespannen voet met het feit dat eiser op grond van rechterlijke machtiging in een psychiatrisch ziekenhuis verbleef.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat verweerder een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, waarbij ook het driejarenbeleid betrokken moet worden. Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht.
De uitspraak is definitief omdat hoger beroep is uitgesloten volgens artikel 120 Vreemdelingenwet Pro 2000.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.