ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6241
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van AC-procedure bij PTSS en asielverzoek
Eisers, afkomstig uit Armenië, hebben binnen de AC-procedure een aanvraag tot verblijfsvergunning ingediend nadat hun eerdere asielaanvragen waren afgewezen. Eisers stelden nieuwe feiten en omstandigheden, waaronder het overlijden van de vader van eiser en PTSS-klachten bij eiseres, als grond voor toelating.
De rechtbank oordeelde dat het overlijden van de vader niet aannemelijk was gemaakt en geen verband hield met het asielverzoek. De PTSS-klachten van eiseres werden erkend, maar onvoldoende geacht voor verblijfsverlening omdat PTSS niet gebeurtenisspecifiek is en de traumatische ervaringen niet voldeden aan de criteria van het traumatabeleid.
De rechtbank concludeerde dat de AC-procedure passend was en dat de besluiten van verweerder tot afwijzing van de aanvragen terecht waren. Er waren geen klemmende humanitaire redenen om de verblijfsaanvragen toe te wijzen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eisers dienen Nederland te verlaten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de verblijfsaanvragen; eisers moeten Nederland verlaten.